Welnu

Groningen, 5 september 2025

Lieve pappie,
 
Hier een berichtje van je dochter.

Voordat je het in de gaten hebt, is een jaar zo om. Maar voor mij voelde dit jaar zonder jou als een eeuwigheid. Ik mis je elke maand, elke week, elke dag, elk uur, elke minuut, ach, eigenlijk elke seconde. Maar ik heb het omarmd. Jij bent nog steeds bij mij.
 
Jouw klok, die je mammie gaf in mijn geboortejaar, laat dat ook mooi zien. Die hangt nu bij ons in de woonkamer, tikt en wijst de tijd aan. Nou ja, meestal dan. Want toen jij er niet meer was, was die klok ook helemaal van slag. Vooral toen mammie in het ziekenhuis lag en we de klok van haar moesten stilzetten. Daarna kregen we hem met geen mogelijkheid meer goed aan de loop.
 
Toen begon natuurlijk ook het vinger wijzen: ‘Het zal de schoonzoon wel zijn geweest, die de gewichten te hoog heeft opgetrokken!’ Jij noemde die dingen altijd kloten, weet je nog? Op het internet hebben ze trouwens geen weet van zo’n raar woord in combinatie met een klok. Ook niet van de diagnose die bedacht werd voor het niet lopen van dat eigenwijze uurwerk. Dat bleek ook fout. Uiteindelijk kwam het door het stilzetten aldus de expert.

Elke dag deden we het ‘klokkenspel’. En als je schoonzoon kwam, haalde hij de voor hem beladen klok van de wand om hem een tikje vooruit of achteruit te zetten. Dat ritueel bleef ons bezighouden, totdat mammie er ook niet meer was.

Logischerwijs erfden wij de klok na al dat gedoe. En wat denk je? Vanaf de eerste dag tikte hij als een zonnetje op zijn nieuwe stek. Tot een paar weken geleden leek alles nog even rustig. Maar toen kwamen de kuren terug en ligt de klok weer geregeld op het aanrecht in de keuken voor een tikkie.

De klok loopt even grillig als die kloten dag van morgen, één jaar geleden…

Ik denk zo vaak terug aan die laatste nacht in het ziekenhuis, alleen bij jou. De ochtend ervoor ging het ineens goed mis en moest je met spoed naar de SEH met een infectie aan je ‘slechte been’. Dat been dat je als kind al had beschadigd, toen je op je moeders hakken rondstapte. Een beenbreuk en plastische chirurgie was toen nog iets van de verre toekomst, dus het bleef altijd een gehavend been dat vragen opriep. En je vertelde het verhaal dan maar al te graag.
Je zat die ochtend op de leuning van de bank en zei: ‘Die moet eraf, ik verzeker het je.’
 En ik grapte terug: ‘Ja pa, ze staan al met de zaag klaar bij de ingang van het ziekenhuis.’
 Ik weet nu niet of je misschien al voorvoelde wat er komen ging en dit nu wel een heel misplaatste reactie was.
Enfin

In het ziekenhuis gaven ze je een flinke dosis antibiotica. Waarschijnlijk was dat, samen met de infectie en al die andere zware medicijnen voor die rot-K-ziekte, een gevaarlijke cocktail. In de avond kwam je in een delier. Om twee uur ‘s nachts belde het ziekenhuis dat ik moest komen. Je zette alles daar ook nog even lekker op z’n kop en er was geen verplegend personeel om je in toom te houden.

Bij binnenkomst op je inmiddels ‘privé’ kamer in het ziekenhuis: ‘Wat most du hier?’ En ik zag dat je wist dat ik het was. Het was ook meteen het laatste wat je tegen me zei. Daarna bleven alleen de hallucinaties, de angst en de verwarring over. De volgende avond ben je gegaan. Tien minuten nadat ik je totaal uitgeput smeekte om het gevecht tegen de demonen te stoppen en de kamer uitliep met een luide ‘Tot morgen pa’! Dit moest je alleen en zonder je ‘wichie’ doen.

Je sloot Facebook- en WhatsApp-berichtjes vaak af met ‘welnu’ en dan een hartelijke groet. De dikke, eveneens geschonden en het kapje missende duim schoot hierbij wel eens uit, waardoor je de meest hilarische zinnen en letter combinaties verzond.
Het eveneens veelgebruikte nu tot weder horen schiet zijn doel in dit verhaal volledig voorbij.

Welnu dan, lieve pappie…
Geef mammie een stevige knuffel net zó lang totdat jullie samen de tijd én de klok vergeten, zodat ook het klokkenspel z’n laatste slag slaagt. De tijd stond ooit stil, alsof hij niet wist welke richting hij op moest gaan. De wijzers bleven hangen in de stilte, zoekend naar houvast. Maar langzaam komt er weer beweging hier en begint de klok met mij mee te ademen, elke tik een stapje dichter bij vandaag.

Blijf ons intussen wel op de meest onverwachte momenten nog een glimlach bezorgen en een beetje troost. Waar ik ook ga, jullie gaan met me mee. In mijn hart, mijn hoofd, in mijn schrijven en (jáwel) nu ook op mijn lichaam. Ik zie nog die ondeugende glinstering in je ogen toen ik je liet zien hoe ik dat ging doen in jouw eigen zwierige handschrift. “Ja hoor… heb je haar weer!

Maar ik weet zeker: ook na al dat hoofdschudden zul je nu lachend wijzen naar mammie’s ‘kriebel’ naast die van jou, naar haar knikken, en hoor ik je zeggen: “Wat ze in d’r kop heeft, zit niet in d’r kont.” En dan gniffelen jullie samen, terwijl het ‘plakploatie’ voor mij met iedere slag van de klok steeds waardevoller zal worden.

xxx

Geef een reactie

Winkelwagen
Scroll naar boven

Ontdek meer van

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder