Twee maanden en elf! dagen. Zo lang ben ik nu officieel geen kind meer. Ik probeer mezelf nu een beetje op het spoor te zetten van ‘weer doorgaan’. Je weet wel: genieten, lachen, plannen maken en mijn hoofd zo nu en dan even vrijmaken van alles wat met mijn ouders te maken heeft.

Makkelijk is anders. Zeker nu ik de afgelopen week de deur van hun huis voor de laatste keer achter me dichttrok. De werkelijkheid knalde er vol in. Sindsdien is mijn overlevingsstand weer actief – met koffie, opruimdrift en te weinig slaap als brandstof. Bij het krieken van de dag schiet ik in mijn gemakkelijke kloffie en haast mij naar beneden. Zodra het licht wordt, is mijn brein wakker.
Vanmorgen wandelde ik in gedachten nog even door hun huis. Alles was er weer. Het sleutelbossie van pa aan het bekende haakje. Zijn zomer- en winterpet, die inmiddels een plek in hun kledingkast op mijn kantoortje hebben gekregen. De koffiemachine begon in m’n hoofd al te ratelen, en ik zat weer aan tafel te frummelen aan dat kleedje met de franjes – een soort therapie als het gesprek moeilijk werd. De iPad lag ook weer op zijn vaste plek, klaar voor herstel na een iets te enthousiaste swipe-sessie van pa. De retro radio speelde, de rode stoel van mammie stond daar, de serre warmde op. In het ‘kleine kamertje’ hield ik mijn vader weer vast in gedachten. Alles voelde weer even precies zoals het was. Nog heel. Nog van hen.
De hond kijkt verontrust op vanuit zijn slaapplek onder de trap. Nu al? Trouw als hij is sleept hij zich met mij naar de tuinset om vervolgens zijn slaap voor te zetten. Hij wel! Het belooft een heerlijke dag te worden. De zon is nog een beetje verscholen achter zachte wolken en een duif koert. Net als vroeger op de camping… met z’n allen.
De eerste kop koffie smaakt goed en het schrijven helpt. Het verplaatsen van alle gedachten naar het scherm helpt. Ordenen, structureren, ruimte maken… ik gedij er nog altijd goed op.
En dan de realiteit: veel van de spullen van mijn ouders zijn dus nu in ons huis terechtgekomen. Het past niet echt bij onze stijl – maar ik regel dat wel. Afscheid nemen lijkt trouwens verslavend. Eerst hun spullen, dan onze overbodige spullen, dan… zelfs het oude kinderspeelgoed heeft nu het veld moeten ruimen.
Tussen de bedrijven door ben ik ook nog bezig met het creëren van een eigen werkomgeving. Om dit vorm te geven heb ik moderne koffie-momenten en gesprekken met mensen van verschillende pluimage. Een hele nieuwe wereld gaat hierbij voor mij open en ja, ook dit moet ergens in mijn rouwbrein verwerkt worden. En jawel, de nieuwe locatie is gekozen. Het zwembad moet eraan geloven en maakt dit najaar plaats voor een tuinkantoor. Een warme plek waar alle herinneringen aan mijn ouders uiteindelijk mogen landen. Met hun radio. Hun spullen. En ja, ook hun luidruchtige koffiemachine krijgt een plekje. Mijn thuis zal voortaan een combinatie van hier en daar zijn. En dat voelt goed.
Tot die tijd hou ik me vast aan de kleine lichtpuntjes: de zon die inmiddels kracht toont en… een nieuwe, beloftevolle wifi-modem. Althans, dat dacht ik. Gisteren belandde ik in een ware modem-crisis. De zelfinstallatie leek zo simpel – tot ik oog in oog stond met een wirwar aan versterkers verspreid door het huis die deden alsof ze me niet kenden. Bij de eerste kreeg ik al een foutmelding, en niet alleen op het apparaat… ook in mijn brein begon het te knetteren. Waar ik vroeger nog met wat gevloek en gezond gegok de boel aan de praat kreeg, stond ik nu hulpeloos in mijn eentje tegen de versterkers te zuchten. Uren later was de verste versterker nog steeds spoorloos offline. Ik ook een beetje. Het is een soort metafoor voor m’n leven op dit moment: zoekende, maar soms gewoon nog even buiten bereik.



